(artikel 4.9 Wmo-verordening 2025)
**1..** Bij toepassing van artikel 4.9 eerste lid van de Verordening draagt het college zorg voor collectief vervoer naar bestemmingen in de directe woon- en leefomgeving van de cliënt met een maximum van 25 kilometer per rit, volgens een erkende routeplanner, gerekend vanaf het woonadres of zoveel meer als nodig om vanaf het woonadres een bestemming binnen Amsterdam te bereiken.
**2..** Een cliënt kan op aanvraag bij de vervoerder een reisgenoot meenemen. De reisgenoot maakt dezelfde reis als cliënt en behoeft geen begeleiding van de chauffeur, tenzij de reisgenoot zelf ook in aanmerking komt voor het collectief vervoer.
**3..** In het geval van kinderen met een beperking jonger dan 12 jaar en voor ouders met een beperking met kinderen jongen dan 12 jaar kunnen alle gezinsleden meereizen tegen betaling van dezelfde ritbijdrage als de pashouder. Kinderen jonger dan 12 jaar dienen altijd onder begeleiding van een volwassen begeleider gebruik te maken van het vervoer;
**4..** Voor reisgenoten geldt geen ritbijdrage in het geval:
de reisgenoot een cliënt in het bezit van een OV-Begeleiderskaart begeleidt;
de reisgenoot een cliënt met indicatie “Begeleider verplicht” begeleidt; of
van kinderen tot en met 3 jaar en deze onder begeleiding van een volwassene gebruik maakt van het vervoer.
**5..** Een sociaal reisgenoot waarop lid 3 of 4 niet van toepassing is, betaalt dezelfde ritbijdrage als de cliënt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.18
Collectief vervoer
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025