(artikel 4.9 Wmo-verordening 2025)
**1..** Het college kan collectief vervoer toekennen op een van de volgende wijzen:
Deur tot deur samenreizend vervoer vanaf de deur van het vertrekadres tot aan de deur van het bestemmingsadres, met indien nodig begeleiding of ondersteuning door de chauffeur bij het bereiken van het voertuig, het bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen, voor maximaal 1500 kilometer per jaar;
Deur tot deur plus vervoer vanaf de voordeur van de eigen woning tot aan de voordeur van het bestemmingsadres, met begeleiding of ondersteuning door de chauffeur bij het bereiken van het voertuig, het bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen, indien de cliënt langdurig geen gebruik kan maken van de voorziening onder a; of
Kamer tot kamer vervoer vanuit de woning van de cliënt of een ander gebouw tot aan de te bezoeken ruimte op het bestemmingsadres, met begeleiding of ondersteuning door de chauffeur bij het verlaten of betreden van het woon- of bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen, indien de cliënt langdurig geen gebruik kan maken van de voorziening onder b.
**2..** Het college kan, in afwijking van het in het eerste lid onder a een hoger kilometertegoed toekennen als de cliënt:
mantelzorger is, of regelmatig een unieke specifieke locatie bezoekt die niet dichterbij te vinden is en deze locatie noodzakelijk is voor zijn welbevinden;
meer dan 800 meter van een OV-halte woont; en
de verplaatsing niet met een voorliggende oplossing uitgevoerd kan worden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.19
Vormen van collectief vervoer
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025