Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.22

Scootmobiel

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2025

(artikel 4.9 Wmo-verordening 2025) 1.. In aanvulling op artikel 4.9 tweede lid van de Verordening kan het college een scootmobiel toekennen als de cliënt objectief aangetoonde ernstige belemmeringen in de sta- en loopfunctie ondervindt en hierdoor problemen bij het verplaatsen buitenshuis ervaart over afstanden tot 500 meter en er geen gebruik gemaakt kan worden van het openbaar vervoer of andere voorliggende voorzieningen. 2.. In aanvulling op het vorige lid kent het college uitsluitend een scootmobiel toe als een geschikte stallingsmogelijkheid met aansluitpunt voor opladen aanwezig is, of deze stallingsmogelijkheid gerealiseerd kan worden. 3.. In aanvulling op het eerste lid kan het college een aanpassing aan een scootmobiel toekennen als dit vanwege de beperkingen of de fysieke gesteldheid van de cliënt noodzakelijk is. 4.. In aanvulling op het eerste lid kan het college een tegemoetkoming voor het gebruik van (rol)stoeltaxi of vervoer door derden toekennen als de cliënt een aantoonbare vervoersbehoefte heeft op de langere afstand waarin niet kan worden voorzien met het collectief vervoer omdat er een contra indicatie is voor het collectief vervoer. 5.. In aanvulling op het eerste lid kan het college een tegemoetkoming toekennen voor het veilig stallen en op laden van een scootmobiel in een openbare overdekte stalling. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt is gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel