De gemeenteraad delegeert de bevoegdheid tot vaststellen van het omgevingsplan in de volgende gevallen:

  • - het in overeenstemming brengen van het omgevingsplan met een onherroepelijk geworden omgevingsvergunning;
  • - het wijzigen van het omgevingsplan voor zover dat onder de Wet ruimtelijke ordening als uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan was opgenomen;
  • - wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving voor zover hierin geen beleidsvrijheid meer is toegekend;
  • - wijzigingen van technische aard;
  • - wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan;
  • - het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefouten;
  • - het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van het in het omgevingsplan te stellen regels;