**1..** Wanneer er sprake is van een omgevingsvergunning voor een tijdelijke woonunit, wordt gebruik gemaakt van de intrekkingsbevoegdheid na minimaal een termijn van één (1) jaar na verlening van de omgevingsvergunning, wanneer van deze omgevingsvergunning geen gebruik wordt gemaakt.
**2..** Wanneer sprake is van urgente en/of planologische belangen wordt gebruik gemaakt van de intrekkingsbevoegdheid na minimaal een termijn van één (1) jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden.
**3..** Wanneer zich geen urgente en/of planologische belangen voordoen en gedurende een termijn van minimaal drie (3) jaar na het onherroepelijk worden van de verleende vergunning geen begin is gemaakt met de vergunde activiteit, wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot het intrekken van de omgevingsvergunning.
**4..** Aan elke vergunninghouder met een omgevingsvergunning waarbij geconstateerd wordt dat de activiteiten gedurende een in lid 1, 2 of 3 genoemde termijn geen begin is gemaakt met de vergunde activiteiten, wordt een voornemen tot intrekking van de verleende vergunning bekendgemaakt. Als het gaat om een vergunning voor een milieubelastende activiteit is deze termijn ten minste drie (3) jaar.
**5..** In het geval er een zienswijze tegen intrekking van de omgevingsvergunning is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het geven van een ruimere termijn waarbinnen een begin moet zijn gemaakt met het uitvoeren van de vergunde activiteit.
**6..** Als er sprake is van een onherroepelijke omgevingsvergunning met meerdere activiteiten, worden alle niet uitgevoerde activiteiten van de omgevingsvergunning ingetrokken.
**7..** Indien vergunninghouder gekozen heeft voor een lagere stalbezetting ter verbetering van dierenwelzijn, dan wordt de latente ruimte die hierdoor in dezelfde stal ontstaat niet ingetrokken.
Artikel 2.
Intrekking bij uitblijven aanvang activiteiten
Onderdeel van Beleidsregel intrekken omgevingsvergunningen Land van Cuijk 2025