Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Intrekking bij activiteiten die gestopt zijn

Onderdeel van Beleidsregel intrekken omgevingsvergunningen Land van Cuijk 2025

1.. Van deze bevoegdheid wordt actief gebruik gemaakt. Dat wil zeggen dat als de activiteiten gedurende ten minste één (1) jaar gestopt zijn, de omgevingsvergunning voor die activiteit wordt ingetrokken. Als het gaat om een vergunning voor een milieubelastende activiteit is deze termijn ten minste drie (3) jaar, tenzij sprake is van urgente en/of planologische belangen, dan is de termijn ten minste één (1) jaar. 2.. Aan elke vergunninghouder met een omgevingsvergunning waarbij geconstateerd wordt dat de activiteiten ten minste één (1) jaar zijn gestopt, wordt een voornemen tot intrekking van de verleende vergunning bekendgemaakt. Als het gaat om een vergunning voor een milieubelastende activiteit is deze termijn ten minste drie (3) jaar. 3.. In het geval er een zienswijze tegen intrekking van de omgevingsvergunning is ingediend wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het geven van een ruimere termijn waarbinnen weer gestart moet worden met de activiteit. 4.. Als er sprake is van een onherroepelijke omgevingsvergunning met meerdere activiteiten, worden alle gestopte activiteiten van de omgevingsvergunning ingetrokken. 5.. Indien vergunninghouder gekozen heeft voor een lagere stalbezetting ter verbetering van dierenwelzijn, dan wordt de latente ruimte die hierdoor in dezelfde stal ontstaat niet ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel