De gemeente Barendrecht heeft twee gladheidcoördinatoren. De dienstdoende gladheidcoördinator neemt de beslissing om te gaan strooien (zij hebben beurtelings dienst en leiden de gemeentelijke strooiacties).

De beslissing van de gladheidcoördinator is gebaseerd op:

  • - praktijkervaring en eigen waarneming buiten;
  • - gegevens uit het gladheidmeldsysteem waaraan een meetpunt in de Leedeweg is gekoppeld. Sensoren meten daar de temperatuur en de toestand van het wegdek (droog/nat en zoutgehalte). In het weerkastje wordt daarbij de luchttemperatuur en luchtvochtigheid gemeten, waarmee het dauwpunt kan worden berekend. Met behulp van al deze gegevens voorspelt het systeem de gladheid op het wegdek;
  • - advies van de meteoroloog die het meetpunt dag en nacht bewaakt. Bij te verwachten gladheid neemt de meteoroloog telefonisch contact op met de dienstdoende gladheidcoördinator en geeft daarbij specifieke uitleg over de te verwachten gladheid en weersomstandigheden;
  • - dagelijkse weersvoorspellingen van Infoplaza;
  • - dagelijkse weerrapporten van de lokale weerexpert Ed Aldus.

Meetpunt Leedeweg

Wanneer er twijfel bestaat over de noodzaak van een preventieve strooiactie, kiest de gladheid-coördinator er altijd voor om te strooien. Veiligheid staat immers voorop!

Doorgaans start een strooiactie binnen 30 tot 45 minuten na de beslissing van de gladheidcoördinator (afhankelijk van de weersomstandigheden waarin de medewerkers naar de gemeentewerf moeten komen).

Alle strooiacties beginnen vanaf en eindigen op de gemeentewerf aan de Londen. Daar staat de zoutloods met een opslagcapaciteit van 600 ton en al het benodigde strooimateriaal (zie par. 5.2).

Shovel in gemeentelijke zoutloods