Viaducten staan erom bekend dat ze sneller glad worden dan de aanliggende wegen. Dit komt doordat ze ‘in de lucht hangen’ waardoor ze geen warmte uit de grond kunnen opnemen én sneller afkoelen doordat de wind vrij spel heeft. Daarnaast leert de praktijk dat sommige specifieke locaties sneller glad zijn (uniek microklimaat zorgt lokaal voor ophopende koude lucht en bevriezing).
Om die reden zijn er twee strooiroutes “viaducten en specifieke locaties” (zie ook bijlage 1) te weten:
Barendrecht ten oosten van de A29: tunnel Boezemweg – fietstunnel Gebroken Meeldijk – viaduct Dierensteinweg (en fietstunnel onder het viaduct) – viaduct 1e Barendrechtseweg – opritten parkeerdek Station – bochten Sweelincklaan – opritten Molenleede-Middeldijk – fietspaden Sluislee-de-Middeldijk en alle rotondes (15 stuks).
Barendrecht ten westen van de A29: viaduct Vrijenburgweg – viaduct Avenue Carnisse – tunnel Middeldijk onder A29 – rondom ambulancepost Riga – tunnel Breslau/Harmonielaan – tunnel Voordijk onder A29 – Middeldijkerplein (inclusief fietspad Middeldijk) en alle rotondes (9 stuks).