**1..** De termijn uit artikel 5, eerste lid a, b, c en d, wordt 10 jaar of 120 maanden als de vordering het gevolg is van een schending van de inlichtingenplicht of een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
**2..** Artikel 5 is niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die door pand of hypotheek op een (on)roerend goed of goederen zijn gedekt, tenzij de vorderingen niet volledig op die goederen verhaald kunnen worden.
**3..** Het op basis van artikel 5 genomen besluit tot (gedeeltelijk) afzien van terugvordering wordt ingetrokken, als op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 6
Uitzondering
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004)