Van een situatie als bedoeld in artikel 22, lid 1, onder e van de verordening is in ieder geval sprake als de aanvrager:
vanaf het moment dat de kans op dreigende dakloosheid voorzienbaar werd, niet aantoonbaar actief heeft gereageerd op passende woonruimten te huur aangeboden door woningaanbieders;
vanaf het moment dat de kans op dreigende dakloosheid voorzienbaar werd, een passende woonruimte van een woningaanbieder heeft afgewezen;
gelet op zijn inkomen of vermogen de middelen heeft om zelf in een oplossing voor het huisvestingsprobleem te voorzien;
gelet op de aard en ernst van het huisvestingsprobleem, binnen zes maanden zelf, gelet op zijn inschrijfduur als woningzoekende, geacht wordt een woning te kunnen vinden.
Artikel 2.
Gevallen waarbij de aanvrager het huisvestingsprobleem kon voorkomen of op een andere wijze kan oplossen
Onderdeel van Beleidsregels urgentieverklaring gemeente Schagen