Voorafgaand aan het sluiten van een overeenkomst komt de gemeente te allen tijde contractsvrijheid toe. De gemeente heeft het daaruit voortvloeiende recht om geen overeenkomst met een partij aan te gaan, mede of uitsluitend op basis van het feit dat de gemeente van oordeel is dat ten aanzien van die partij een integriteitsrisico bestaat. Met betrekking tot overheidsopdrachten, aanbestedingen en overeenkomsten bestaat een integriteitsrisico indien sprake is van een situatie als beschreven in artikel 4, 5, 6 en 7 van deze beleidsregel.
De gemeente kan gedragingen en omstandigheden van aan de partij gelieerde partijen of personen bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een integriteitsrisico betrekken. Onder gelieerde partijen worden in ieder geval verstaan personen of partijen die:
a. personen of partijen die direct of indirect leiding aan partij geven of hebben gegeven;
b. personen of partijen die over partij zeggenschap hebben of hebben gehad;
c. personen of partijen die aan partij vermogen verschaffen of hebben verschaft;
d. personen of partijen die onderdeel zijn of zijn geweest van dezelfde groep als bedoeld in artikel 2:24b BW;
e. personen of partijen die in een zakelijk samenwerkingsverband tot partij staan of hebben gestaan, waaronder mede begrepen onderaannemers, combinatieleden of andere derden op wie de uitvoering van de overeenkomst geheel of gedeeltelijk wordt gebaseerd;
f. personen of partijen die op partij anderszins direct of indirect invloed uitoefenen of hebben uitgeoefend.
Onverminderd de op grond van wet- en regelgeving bestaande rechten en bevoegdheden, waaronder de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), geldt dat de gemeente gerechtigd is om in elke overeenkomst, ongeacht het moment van totstandkoming, een integriteitsclausule op te nemen, of zich te beroepen op haar bevoegdheid tot het (doen) uitvoeren van een integriteitstoets. Deze bevoegdheid geldt aanvullend op de bestaande wettelijke grondslagen en kan ook worden ingeroepen ten aanzien van reeds gesloten overeenkomsten, voor zover de aard van de overeenkomst, het publieke belang of de ernst van het integriteitsrisico daartoe aanleiding geeft. De gemeente behoudt zich het recht voor om:
gedurende de looptijd van de overeenkomst de betrokken partij(en) te screenen op integriteitsrisico’s;
de overeenkomst op te schorten, te wijzigen of tussentijds te beëindigen indien sprake is van een integriteitsrisico, of indien de betrokken partij(en) onvoldoende medewerking verlenen aan een screening of aan het wegnemen van het integriteitsrisico.
Bij aanbestedingen verwijst de gemeente in de aanbestedings-/ inkoopdocumenten naar de toepasselijkheid van dit beleid.
De gemeente is gerechtigd de onderhandelingen of besprekingen terzake de overeenkomst te beëindigen indien en zodra de partij de integriteitsclausule niet accepteert.
De gemeente maakt altijd een afweging tussen het integriteitsrisico en de maatregel. De beslissing is naar het uitsluitende oordeel van de gemeente. Maatregelen kunnen zijn:
geen overeenkomst aan te gaan;
een partij uit te sluiten van de kans op gunning van een overheidsopdracht;
een reeds gesloten overeenkomst onmiddellijk op te schorten, te wijzigen of beëindigen;
wel of geen toestemming verlenen tot inschakeling van een (beoogde) onderaannemer of
andere derden.
Allen zonder gehouden te zijn tot vergoeding van eventueel schade en zonder een redelijk termijn in acht te hoeven nemen.
Artikel 2