Naar hoofdinhoud
Bij aanbestedingen is de gemeente verplicht een partij uit te sluiten van de kans op gunning van de overheidsopdracht in geval de partij in de voorafgaande vier jaar onherroepelijk veroordeeld werd voor een of meer van de volgende in het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr) genoemde delicten: deelneming aan een criminele organisatie (140 Sr); omkoping (177, 177a, 178 en 328 ter, tweede lid Sr); valsheid in geschrifte (225, 226, 227 en 227a Sr); ter eigen bevoordeling opzettelijk nalaten gegevens te verstrekken, terwijl daar een wettelijke verplichting toe bestaat (227b Sr); misbruik van EG-subsidie (323a Sr); witwassen (420bis, 420ter, 420quater Sr); een delict naar buitenlands recht waarvan de delictsomschrijving geacht kan worden overeen te stemmen met de onder a t/m f of de in de relevante aanbestedingsrichtlijn van de Europese Unie genoemde delicten die leiden tot verplicht uitsluiten van een gegadigde. De gemeente kan besluiten om een partij niet op grond van het eerste lid van de kans op gunning van een overheidsopdracht uit te sluiten vanwege dwingende redenen van algemeen belang of wanneer naar het oordeel van de gemeente de partij in kwestie voldoende maatregelen heeft genomen om het geschonden vertrouwen te herstellen of wanneer uitsluiting met het oog op de tijd die is verstreken sinds de veroordeling van partij en gelet op het voorwerp van de opdracht niet proportioneel is.

Rechtspraak bij dit artikel