Naar hoofdinhoud
Bij aanbestedingen en bij overige overeenkomsten kan de gemeente een partij uitsluiten van de kans op gunning van de overheidsopdracht respectievelijk besluiten geen overeenkomst aan te aan indien die partij een delict heeft gepleegd dat in strijd is met de voor hem relevante beroepsgedragsregels of een ernstige fout in de uitoefening van het beroep heeft begaan. Delicten in strijd met de beroepsgedragsregels Bij aanbestedingen verstaat de gemeente onder delicten die in strijd zijn met de beroepsgedragsregels: onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen voor het (doen) (mede)plegen van of uitlokken van of medeplichtigheid aan de delicten die door de Minister van Veiligheid en Justitie conform artikel 4.7 lid 1 van de Aanbestedingswet en artikel 8 van het Aanbestedingsbesluit betrokken worden in zijn beoordeling van de aanvraag om een Gedragsverklaring Aanbesteden en alle delicten naar buitenlands recht die daarmee vergelijkbaar zijn. Bij overige overeenkomsten verstaat de gemeente onder delicten die in strijd zijn met de beroepsgedragsregels naast de in het vorige lid bedoelde delicten tevens onherroepelijke strafrechtelijke veroordelingen voor het (doen) (mede)plegen van of uitlokken van of medeplichtigheid aan: fraude c.q. valsheid in geschrifte als bedoeld in artikelen 230, 231, 232 Wetboek van Strafrecht; het in strijd handelen met belastingwetgeving als bedoeld in artikel 68 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of in strijd handelen met strafbepalingen genoemd in wetten op grond waarvan gemeentelijke belastingen worden geheven; milieudelicten die volgens de Nederlandse wet kwalificeren als misdrijf; alle andere dan de hiervoor bedoelde delicten die volgens het Nederlandse recht gesanctioneerd kunnen worden met een vrijheidsstraf van zes maanden of langer of met een geldboete gelijk aan of hoger dan het bedrag van de vierde categorie van artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht voor zover die delicten zien op de professionele integriteit van die Partij; naar buitenlands recht met de hiervoor bedoelde delicten vergelijkbare delicten. Ernstige fouten in de uitoefening van het beroep Onder ernstige fout in de uitoefening van het beroep verstaat de gemeente het in de uitoefening van het beroep of bedrijf: handelen of nalaten waardoor de lichamelijke integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht; direct of indirect gebruikmaken van in Nederland verboden vormen van kinderarbeid; begaan van overtredingen op het gebied van milieuwetgeving; handelen in strijd met door de daartoe bevoegde autoriteit vastgestelde import-, export-, aankoop-, vervoers- en/of investeringsverboden; als gevolg van grove nalatigheid, opzet of bewuste roekeloosheid onrechtmatig handelen waardoor ernstige schade is of kan ontstaan; het begaan van gedragingen in strijd met voor het beroep of bedrijf van Partij relevante wet- en regelgeving - waaronder ook gemeentelijke wet- en regelgeving -, mededingingsrecht, tuchtregels, toezichtsregels, gedragsregels of gedragscodes; het verrichten van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde; alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep; er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat een partij in relatie staat tot strafbare feiten; er sprake is van (indicaties van) andere integriteitsrisico’s of omstandigheden dan vermeld in dit artikel, waardoor gunning of instandhouding van de overeenkomst naar oordeel van gemeente in redelijkheid niet kan worden gevergd. In aanvulling op het in lid 4 bepaalde acht de gemeente een ernstige fout in de uitoefening van het beroep aanwezig indien er, al dan niet blijkend uit een Bibob-advies, gevaar bestaat dat een Overeenkomst door de Partij mede zal worden gebruikt om (i) uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, (ii) strafbare feiten te plegen of (iii) dat teneinde een Overeenkomst te sluiten een strafbaar feit is gepleegd. Het aannemelijk maken van een ernstige fout in de uitoefening van het beroep De gemeente kan een ernstige fout in de uitoefening van het beroep in ieder geval, maar nietuitsluitend, aannemelijk maken: a. doordat de ernstige fout in de uitoefening van het beroep wordt erkend door de betrokken Partij; b. door eigen (betrouwbare en verifieerbare) ervaring van voor de gemeente werkzame ambtenaren, ambtsdragers of door de gemeente ingehuurd personeel; c. door een rechterlijke uitspraak, bindend advies of arbitraal vonnis; d. door een strafrechtelijke transactie of civielrechtelijke schikking; e. door een uitspraak of beschikking van een bevoegde autoriteit, waaronder begrepen eenuitspraak of beschikking van een tuchtrechter, toezichthouder of geschillencommissie; f. door het doen van een eigen integriteitsscreening, Bibob-onderzoek of door een Bibob-advies van het LBB; g. door te wijzen op door de bevoegde autoriteiten ingesteld strafrechtelijk onderzoek of strafvervolging; h. door één of meer gemeentelijke handhavingsbesluiten in de zin van hoofdstuk 5 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Het niet afdragen van sociale zekerheidsbijdragen of belastingen De gemeente kan besluiten een overeenkomst met een partij niet aan te gaan of te beëindigen indien de partij niet of niet-tijdig aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van de sociale zekerheidsbijdragen en/of belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij is gevestigd of van Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel