De wederpartij verklaart ermee bekend te zijn dat het zich eventueel op de uitgegeven grond bevindende boombestand zoveel mogelijk moet worden gespaard.
Zich op de grond bevindende bomen mogen niet worden gekapt tenzij daarvoor door burgemeester en wethouders krachtens de bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening een kapvergunning is verleend en de in die kapvergunning vermelde wachttijd is verstreken.