1.. De sociaal medische indicatie is leidend voor het besluit of ouder(s) in aanmerking komen voor bekostiging kinderopvang;

2.. Het college weigert de bekostiging kinderopvang als:

  • - De ouder niet behoort tot de doelgroep zoals opgenomen in artikel 3 van deze beleidsregels;
  • - De ouder niet voldoet aan de voorwaarden voor bekostiging zoals opgenomen in artikel 4 van deze beleidsregels;
  • - De ouder niet de inlichtingen verstrekt of medewerking verleent als bedoeld in artikel 13 van deze beleidsregels;
  • - De ouder op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de hulpvraag kan wegnemen;
  • - Er een andere voorliggende (opvang)voorziening kan worden ingezet vanuit de Jeugdwet, Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg. Deze wetten zijn voorliggend op SMI;
  • - Het een plaatsing bij een peuterprogramma betreft. Een plaatsing bij een peuterprogramma is een voorliggende voorziening en wordt niet bekostigd op grond van SMI;
  • - De kinderopvanglocatie wordt geëxploiteerd zonder toestemming van het college als bedoeld in artikel 1.46 van de Wet kinderopvang en niet is opgenomen in het LRK;
  • - De opvang wordt uitgevoerd door een gastouder zonder tussenkomst van een gastouderbureau of met tussenkomst van gastouderbureau dat niet is opgenomen in het LRK;

3.. Indien naast de voorliggende voorziening zoals bedoeld in artikel 6 lid 2e en f, extra kinderopvang noodzakelijk is op basis van SMI, dan worden enkel de aanvullende uren geïndiceerd.