Het doel is om met slimme, uniforme monitoring de kwaliteit en impact van de aanpak basisvaardigheden inzichtelijk te maken en voortdurend te verbeteren. Monitoring ondersteunt beleid, borging en doorontwikkeling. We maken hiervoor gebruik van de jaarlijkse impactmonitor van professor Maurice de Greef, leerstoel volwasseneducatie van de Universiteit van Brussel. Door het registeren van aantallen deelnemers via o.a. Qwasp worden gegevens aangeleverd bij het CBS voor de landelijke statistiek laaggeletterdheid.
Vanaf 2026 gaan we werken met het kwaliteitskader non-formele educatie. Hierin gaat het om:
Bereiken we de doelgroepen die we beogen?
Dragen de activiteiten bij aan de doelen die we hebben gesteld of zijn er andere activiteiten gewenst?
Zijn de deelnemers tevreden over de activiteiten en hun ontwikkeling?
Zijn docenten, medewerkers en vrijwilligers competent?
We verzamelen gegevens voor de volgende bouwstenen:
Begeleiding van de deelnemer: o.a. de ervaring van de organisatie met de activiteiten en doelgroep, de kwaliteit van de intake en doorverwijzing.
Goed opgeleide professionals en vrijwilligers: o.a. de eisen aan de vakbekwaamheid en bijscholing.
Bereik van deelnemers: wat doen organisaties in het bereiken van moeilijk bereikbare doelgroepen en de wijze van bijsturing als het bereik beter of slechter gaat dan verwacht.
Samenwerking in het taalnetwerk: contact houden met het taalhuis en bijdragen aan jaarlijkse reflectiesessies.
Output en Outcome: Impactmonitor, kwalitatieve gegevens en klanttevredenheid
Financien: in control zijn.
Focus voor 2026-2028
In 2026 uitrol van verbeterd monitoringsysteem van regioplan met concrete KPI’s.
Meer focus op uitkomstindicatoren en leerwinst.
Meer vergelijking en regionale afstemming.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1
Monitoring en Evaluatie – Leren en Verbeteren
Onderdeel van Regioplan Bevordering Basisvaardigheden 2026–2028