**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw) het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
**2..** In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
de wet: Participatiewet;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Scherpenzeel;
huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;
vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg, Participatiewet;
toeslagen: hieronder wordt verstaan huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget;
toeslagenjaar: peiljaar, het kalenderjaar waarin de aanvrager recht heeft, of heeft gehad, op toeslagen van de Belastingdienst;
Dienst Toeslagen: uitvoeringsorgaan van de wetten en regelingen rondom de huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget.
toetsingsinkomen:
bij een aangifte Inkomstenbelasting met definitieve vaststelling door de Belastingdienst, is het toetsingsinkomen gelijk aan het verzamelinkomen uit de definitieve aanslag Inkomstenbelasting,
als er nog geen definitieve vaststelling Inkomstenbelasting door de Belastingdienst is, of er is geen aangifte Inkomstenbelasting gedaan, is het toetsingsinkomen gelijk aan het belastbare loon blijkend uit de jaaropgaven en/of inkomensspecificaties.
belastbaar loon: hieronder wordt ook verstaan: ‘bedrag of loon voor de loonheffingen (LH of LB)’, of ‘fiscaal loon’.
Bestaansminimum: inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm plus de maximale toeslagen;
peildatum: de eerste van de maand waarin de aanvraag is ontvangen;
referteperiode inkomen en vermogen: de periode van drie kalendermaanden voorafgaand aan de peildatum genoemd onder o. Bij wisselende inkomsten of inkomen uit zelfstandige arbeid wordt voor de bepaling van het inkomen uitgegaan van het gemiddelde inkomen over de referteperiode.
**3..** Als de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze regeling niet eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling of uitleg van dit begrip.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels Alleenverdieners problematiek 2025