Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.4

Ruimte-voor-ruimte regeling

Onderdeel van Beleidsnotitie aanvullende kaders voor het toevoegen van incidentele woningen in het buitengebied van Tytsjerksteradiel

Artikel 2.27 Omgevingsverordening: Ruimte-voor-ruimte sloop beeldverstorende bebouwing In afwijking van artikel 2.6 kunnen buiten het bestaand stedelijk gebied maximaal twee nieuwe woningen op een bestaand voormalig agrarisch bouwperceel of een voormalig niet-agrarisch bouwperceel, in een omgevingsplan worden opgenomen, met dien verstande dat: één woning is toegestaan wanneer sprake is van sloop van minimaal 1000 m² aan beeldverstorende bebouwing op het voormalig agrarisch bouwperceel of voormalig niet-agrarisch bedrijfsperceel; twee woningen zijn toegestaan wanneer sprake is van sloop van minimaal 3000 m2 aan beeldverstorende bebouwing op het voormalig agrarisch bouwperceel of voormalig niet-agrarisch bouwperceel; de omgevingskwaliteiten op het perceel aanzienlijk verbeteren, en de omvang van de woning is afgestemd op aard en schaal van de omgeving. In afwijking van het eerste en het tweede lid, is sloop niet noodzakelijk, wanneer sprake is van verplaatsing van het agrarisch bedrijf om redenen van groot openbaar belang en de bestaande financieringsmogelijkheden voor verplaatsing ontbreken of ontoereikend zijn. In afwijking van het eerste en tweede lid kan een nieuwe woning aansluitend op het bestaande bouwperceel worden gerealiseerd, wanneer: het plaatsen op het bouwperceel vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit een minder goede keuze is, en de nieuwe woning aansluit op het voormalig agrarische bouwperceel of het voormalig niet-agrarische bouwperceel. Toelichting van de provincie op art 2.27 Omgevingsverordening: “Om de sloop van beeldverstorende bebouwing in het landelijk gebied te stimuleren, zit in art. 2.27 de mogelijkheid om na sloop van minimaal 1000 m² aan beeldverstorende bebouwing, maximaal één nieuwe woning op een voormalig bouwperceel te realiseren en bij sloop van minimaal 3000 m² maximaal twee woningen te realiseren op een bouwperceel. Gemotiveerd moet worden dat de omgevingskwaliteiten op en rond het perceel per saldo aanzienlijk verbeteren. Door de sloop van minimaal 1000 m² dan wel 3000 m² aan beeldverstorende bebouwing zal veelal al aan deze voorwaarde kunnen worden voldaan. De nieuwe woning dient wat betreft omvang aan te sluiten bij de omgeving. Ten behoeve van de financiering van de verplaatsing van een agrarisch bedrijf kan op grond van artikel 2.27, derde lid een compensatiewoning worden gebouwd zonder sloop van beeldverstorende bebouwing. Het dient dan te gaan om een bedrijf dat een wezenlijke belemmering vormt voor de realisering van een groot openbaar belang. Het gaat dan om het realiseren van een ontwikkeling die maatschappelijk zeer gewenst is en waarvan de positieve effecten het lokale schaalniveau overstijgen. Voorbeelden hiervan zijn de verplaatsing van een bedrijf om: de gewenste natuur- en milieukwaliteit te realiseren in een deel van het Natuurnetwerk Nederland, respectievelijk Natura 2000-gebied; de noodzakelijke waterveiligheid of versterking van een primaire waterkering tot stand te brengen; essentiële voorzieningen voor het functioneren van de samenleving te realiseren, zoals energie- en vervoersvoorzieningen; een of meer recreatieve voorzieningen met minimaal een regionale functie te realiseren. In artikel 2.27, vierde lid is een afwijking opgenomen waardoor het onder voorwaarden ook mogelijk is om de nieuwe woning(en) niet op het solitaire bouwperceel zelf te plaatsen maar in aansluiting hierop. Van deze afwijking kan gebruik worden gemaakt als het plaatsen van de woning op het bestaande bouwperceel vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit minder gewenst is. Gemeentelijke overwegingen stedenbouw en landschap t.a.v. art. 2.27 De provincie gaat ervan uit dat met betrekking tot landschap: ‘de omgevingskwaliteiten op het perceel aanzienlijk verbeteren’, en ‘de omvang van de woning is afgestemd op aard en schaal van de omgeving.’ Dit impliceert vooruitgang van omgevingskwaliteiten. Dit is conform de standaard die wij in onze Omgevingsvisie hanteren (zie: ‘Afwegingskader Omgevingsvisie Tytsjerksteradiel’). Als de realisatie van een groot openbaar belang noodzakelijk is en de financiering voor initiatiefnemers anders in het gedrag komt, maakt de provincie een uitzondering op dat principe. We onderkennen die grote maatschappelijke belangen en het is niet wenselijk hier aanvullend beleid voor te schrijven. Wel hanteren we ook hier in het kader van de ETFAL de richtlijn ten aanzien van het landschapsplan. Zie hiervoor het volgende hoofdstuk, onder paragraaf 5.3. Hiernaast is ook paragraaf 5.2 van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel