Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.3

Saldoregeling woningen

Onderdeel van Beleidsnotitie aanvullende kaders voor het toevoegen van incidentele woningen in het buitengebied van Tytsjerksteradiel

Artikel 2.26 Omgevingsverordening: Saldoregeling woningen In afwijking van artikel 2.6 kan buiten het bestaand stedelijk gebied een nieuwe woning op een solitaire locatie in een omgevingsplan worden opgenomen, ter vervanging van een bestaande woning op een vergelijkbare locatie binnen de gemeente, wanneer: per saldo het aantal woningen buiten het bestaand stedelijk gebied gelijk blijft of afneemt, de omvang van de woning is afgestemd op de aard en schaal van de omgeving, en de bestaande woning wordt gesloopt en de woonfunctie op de locatie van de bestaande woning feitelijk onmogelijk wordt gemaakt. Toelichting van de provincie op art 2.26 Omgevingsverordening: “Artikel 2.26 biedt de mogelijkheid om een bestaande woning in het landelijk gebied te vervangen en verplaatsen. In artikel 2.26, onder a en b zijn eisen gesteld om te borgen dat per saldo het aantal woningen in het landelijk gebied niet zal toenemen. De saldoregeling kan niet worden gebruikt om woningen in een kern of in een bestaand bebouwingslint of -cluster, te vervangen door een woning op een solitaire locatie in het landelijk gebied. Voor de volledigheid merken wij op dat de saldoregeling woningen niet van toepassing is als de vervangende woning op het bestaande woonperceel zelf wordt terug gebouwd. De gemeente kan eigen beleid maken voor het al dan niet mogelijk maken van het verschuiven van de woning binnen het woonperceel. Bij de bouw van een nieuwe woning zijn de principes relevant. Met name het principe omgevingskwaliteiten als basis is belangrijk. Voorkomen moet worden dat een kleine woning wordt gesloopt en dat daarvoor in de plaats een veel grotere woning wordt gebouwd die niet past binnen de karakteristiek van de omgeving.” Gemeentelijke overwegingen stedenbouw en landschap t.a.v. art. 2.26 De provincie gaat uit van een ‘Omgevingskwaliteit als basis’. Dit geeft ons voldoende ruimte om met de initiatiefnemer een goede invulling te geven aan omgevingskwaliteiten. Als richtlijn hanteren we hierbij onze richtlijnen ten aanzien van het landschapsplan die gebaseerd zijn op de gemeentelijke omgevingsvisie. Zie hiervoor het volgende hoofdstuk, onder paragraaf 5.3. Hiernaast is ook paragraaf 5.2 van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel