Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13

Stad en de raad

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1. . Na de opening van de vergadering kunnen burgers elk voor de duur van drie minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de inspreektijd. 2. . Het woord kan niet worden gevoerd: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over voorstellen tot het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; over de conceptnotulen van de raad; over ingekomen stukken; over voorstellen die zijn geplaatst op de besluitenlijst. 3. . Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken meldt dit uiterlijk vier uren voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. . De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. . De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. 6. . Bij vaststelling van de agenda wordt zo mogelijk als eerste het agendapunt behandeld waarvoor zich de meeste insprekers hebben aangemeld. 7. . De artikelen 20, derde lid en 21 zijn van overeenkomstige toepassing; artikel 14, derde en vierde lid is niet van toepassing op degenen die ingevolge dit artikel het woord hebben gevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel