Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 20

Ordemaatregelen

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1. . De voorzitter mag een spreker in zijn betoog onderbreken, indien hij dat nodig vindt voor een behoorlijk en regelmatig verloop van de vergadering. 2. . De voorzitter kan interrupties in beperkte mate toestaan. 3. . Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt en zich daarmede buiten de orde begeeft, wijst de voorzitter hierop en vraagt de voorzitter de spreker terug te keren tot het onderwerp. 4. . Het debat wordt gevoerd op de inhoud en niet op de persoon. Wanneer een lid naar het oordeel van de voorzitter de orde in de vergadering verstoort of zich uitdrukkingen veroorlooft, die niet in overeenstemming met de goede toon zijn, vermaant de voorzitter de spreker en krijgt de spreker de gelegenheid de woorden die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven terug te nemen. Vallend onder niet in overeenstemming met de goede toon is in ieder geval, maar niet limitatief: het gebruik van beledigende uitdrukkingen; racistisch of discriminerend taalgebruik; instemming betuigen met of aansporen tot onwettige handelingen. De gedragscode raadsleden is hierbij de leidraad. 5. . Neemt een spreker bepaalde woorden terug dan worden deze niet in de notulen als bedoeld in artikel 14 opgenomen. 6. . De voorzitter kan in het belang van de orde van de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen dan wel haar sluiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel