Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.8

Pgb-vaardigheid

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik

Een budgethouder (of budgetbeheerder) moet aantonen dat hij een pgb op verantwoorde wijze kan beheren. Hij moet, eventueel met hulp van het sociaal netwerk of een budgetbeheerder: de hulp- of ondersteuningsvraag duidelijk kunnen omschrijven; de regels en verplichtingen van een pgb kennen of kunnen vinden; een overzichtelijke pgb-administratie kunnen bijhouden; voldoende Nederlands kunnen spreken en schrijven om te communiceren met de gemeente, de Sociale Verzekeringsbank en hulpverleners; zelfstandig kunnen handelen en onafhankelijk een hulpverlener kunnen kiezen; afspraken kunnen maken en vastleggen en hierover verantwoording afleggen aan het college; beoordelen of de geleverde ondersteuning passend en van goede kwaliteit is; hulpverleners kunnen coördineren en vervanging regelen bij ziekte of verlof; als werk- of opdrachtgever hulpverleners kunnen aansturen en aanspreken op hun functioneren; kennis hebben van werk- of opdrachtgeverschap of weten waar zij deze informatie kunnen vinden. Het college beschouwt iemand als niet pgb-vaardig als: de persoon die de ondersteuning levert ook de pgb-administratie beheert, tenzij het college toestemming geeft of de hulpverlener familie is in de eerste of tweede graad; sprake is van één van de volgende situaties: schuldenproblematiek; ernstige verslavingsproblematiek; fraude in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag; een verstandelijke beperking die zelfstandig beheer onmogelijk maakt; een ernstig psychiatrisch ziektebeeld; een blijvende cognitieve stoornis; onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal; geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) kunnen verkrijgen.

Rechtspraak bij dit artikel