Een inwoner is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura, een financiële tegemoetkoming of een pgb, zolang hij van de voorziening gebruik maakt of voor de periode waarvoor het pgb is verstrekt.
De bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen in het kader van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De bijdrage voor hulpmiddelen, woningaanpassingen of een maatwerkvoorziening voor vervoer is nooit hoger dan de kostprijs van de voorziening.
Voor maatwerkvoorzieningen die niet onder het tweede en derde lid vallen, geldt een maximale maandelijkse bijdrage per huishouden. Deze is bepaald op basis van artikel 2.1.4a, vierde lid van de Wmo 2015, en is van toepassing op zowel ongehuwde als gehuwde inwoners.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college daadwerkelijk maakt voor de voorziening. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het toegekende pgb.
De Centrale Toegang Utrecht stelt de bijdragen voor opvangvoorzieningen vast en int deze.
In sommige gevallen is een inwoner niet verplicht een bijdrage te betalen, zoals bepaald in hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Het college stelt nadere regels vast over de hoogte van de bijdrage voor maatwerkvoorzieningen voor vervoer.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.9
Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik