1.. In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • - de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
  • - bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; en
  • - bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
    • - iedere transactie wordt door minimaal twee verschillende functionarissen uitgevoerd (het vierogenprincipe); en
    • - de uitvoering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen.

2.. In bijlage 2 worden de uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle van het eerste lid nader uitgewerkt.