Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Inspraak in de raadscommissie

Onderdeel van Verordening raadscommissies 2025

1. . De voorzitter stelt niet-leden in de gelegenheid te spreken over geagendeerde onderwerpen, met inbegrip van de op de advieslijst vermelde punten (inspreekrecht). Uitgezonderd zijn: de procedurevergadering; het spoeddebat; voorstellen tot het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; rechtsgedingen waarin de gemeente partij is. 2. . Wie van het inspreekrecht gebruik wil maken moet dit uiterlijk vier uren vóór aanvang van de vergadering of – indien de vergadering in de ochtend begint – uiterlijk de werkdag daarvoor vóór 16.00 uur melden aan de secretaris van de desbetreffende commissie, onder opgave van naam, emailadres en telefoonnummer en van het onderwerp of onderwerpen waarover het woord gevoerd gaat worden. De inspreker geeft ook aan of namens een organisatie of op eigen naam wordt ingesproken. 3. . Wie inspreekt voert het woord direct voorafgaand aan de behandeling door de commissie van het desbetreffende onderwerp. De voertaal is Nederlands. De spreektijd bedraagt per inspreker maximaal vijf minuten. Is het aantal insprekers groter dan zes, dan wordt de spreektijd voor alle insprekers teruggebracht naar drie minuten. De spreektijd bedraagt bij het tweeminutendebat twee minuten per inspreker. De inspraak vindt plaats via het gesproken woord. 4. . Indien de beraadslagingen door de commissie in twee termijnen plaatsvindt, stelt de voorzitter degenen die van het inspreekrecht in eerste termijn gebruik hebben gemaakt direct voorafgaand aan de tweede termijn van de beraadslagingen in de gelegenheid voor de duur van maximaal vijf of drie minuten, te reageren op de betogen van de leden in eerste termijn. 5. . Commissieleden kunnen insprekers na toestemming van de voorzitter kort een feitelijke vraag stellen over hun zojuist uitgesproken inspreektekst. De spreektijdenregeling is van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel