Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Spoeddebat

Onderdeel van Verordening raadscommissies 2025

1. . De voorzitter geeft de commissieleden bij het agendapunt spoeddebat de gelegenheid informatie te vragen aan het college. 2. . Het commissielid dat een spoeddebat wenst aan te vragen meldt dit, onder aanduiding van het onderwerp. De aanvrager beargumenteert de spoedeisendheid van het onderwerp. Deze punten, gecombineerd met de aspecten waarop het onderwerp betrekking zal hebben, worden schriftelijk aangeleverd bij de voorzitter tot uiterlijk vier uur vóór aanvang van de vergadering of – indien de vergadering in de ochtend aanvangt – uiterlijk de werkdag daarvoor vóór 16.00 uur. Het aldus aangemelde onderwerp wordt zo spoedig mogelijk gelijktijdig ter kennis gebracht van de commissie en het college. 3. . Een commissielid kan slechts een spoeddebat aanvragen over niet op de agenda vermelde onderwerpen. Het kan niet gaan over stukken die aan de commissie of de raad zijn gezonden, noch over ingediende of beantwoorde schriftelijke vragen of moties, tenzij de spoedeisendheid ervan door de aanvrager kan worden bewezen. 4. . De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het spoeddebat aan de orde te stellen, indien de spoedeisendheid niet is beargumenteerd, de voorzitter het onderwerp niet voldoende nauwkeurig omschreven acht dan wel strijdig acht met het algemeen belang. De voorzitter staat het spoeddebat niet toe als sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid. 5. . De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de onderwerpen van een spoeddebat aan de orde worden gesteld. 6. . Per vergadering worden ten hoogste drie spoeddebatten toegekend. 7. . De vragensteller wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om het woord te voeren. Het lid of de leden van het college die de vragen beantwoordt krijgen ten hoogste drie minuten het woord om eventuele vragen te beantwoorden. De voorzitter kan interrupties toestaan. 8. . Na de beantwoording krijgt de vragensteller desgevraagd één minuut het woord om aanvullend het woord te voeren. 9. . Hierna kan namens elke fractie, behoudens die van het commissielid dat de vragen heeft gesteld, één lid aanvullend het woord voeren. Indien van deze gelegenheid gebruik wordt gemaakt, geldt hiervoor eveneens een spreektijd van ten hoogste één minuut. Het college of de burgemeester krijgen hierna gelegenheid tot reactie voor maximaal 2 minuten. 10. . Na een spoeddebat in de commissievergadering kan het raadslid over hetzelfde onderwerp een afronding debat uit de commissie in de raadsvergadering aanvragen. 11. . Het spoeddebat is als eerste onderwerp na de procedurevergadering aan de orde.

Rechtspraak bij dit artikel