De opzegging van de laatste Dienstverleningsovereenkomst die een Deelnemer heeft gesloten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt eveneens beschouwd als een verzoek tot uittreding uit de Regeling.
Een Deelnemer kan niet eerder uit de regeling treden dan voordat alle Dienstverleningsovereenkomsten die de Deelnemer heeft met de Bedrijfsvoeringsorganisatie zijn geëindigd.
Indien de Regeling slechts twee deelnemers heeft wordt een verzoek tot uittreding beschouwd als een verzoek tot opheffing conform artikel 25.
De uittredende deelnemer ontvangt een deel van de algemene reserve terug op het moment van uittreding. De omvang van deze teruggave wordt bepaald door de bestaande reserve op 1 januari van het jaar van de uittreding te delen door het aantal inwoners van de alle Deelnemers op 1 januari van het jaar van die uittreding. Uitkomst hiervan is een reservebijdrage per inwoner. De uittredende Deelnemer ontvangt per inwoner van de eigen gemeente deze reservebijdrage per inwoner.
Behoudens hetgeen aangegeven in artikel 23.4 zijn er aan het uit de Regeling treden geen financiële gevolgen verbonden.