Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

Fysieke leefbaarheid

Onderdeel van Beleidsnota woningvoorraad Pijnacker-Nootdorp

Eerst kijken we naar de fysieke leefbaarheid. Dat zijn de eisen die we stellen aan de te vormen of om te zetten (on)zelfstandige woningen. Het betreft concrete eisen aan het gebouw die overlast en overbewoning moeten voorkomen. Daarmee willen we voorkomen dat de buurt onevenredige overlast ervaart in de vorm van geluidshinder of verrommeling van de openbare ruimte. Bovendien willen we borgen dat de toekomstige bewoners een kwalitatief goede woonruimte krijgen waar het prettig wonen is. Bij kamerbewoning zijn er meerdere huishoudens in een zelfstandige woning aanwezig. Al deze huishoudens hebben een eigen leefritme, dit kan anders zijn dan bij één duurzaam gemeenschappelijk huishouden. Hoe meer kamerbewoners in een woning, hoe groter de mogelijke impact op de leefomgeving. Daarom mogen er binnen de bebouwde kom maximaal vier personen wonen in een woning die onzelfstandig wordt gebruikt. Buiten de bebouwde kom is door de grotere onderlinge afstanden tussen de woningen de impact op de leefomgeving kleiner. Daarom geldt hier een maximum van zes personen. Ter waarborging van de privacy van de bewoners kan er per kamer in principe één persoon gehuisvest worden of maximaal twee bij partners. Ook worden er eisen gesteld aan de minimale gebruiksoppervlakte per persoon. Dat bedraagt 24 m². Deze eis is bedoeld om zowel overbewoning te voorkomen als om voldoende leefruimte te creëren voor verschillende huishoudens in één zelfstandige woning. Zo kunnen in grotere woningen meer mensen wonen dan in een kleinere woning. Dat doet recht aan de ruimte in de woning en op het perceel, maar ook aan de omliggende openbare ruimte. Bij de realisatie van grotere woningen is uitgegaan van meer bewoners en is bijvoorbeeld al gewerkt met een hogere parkeernorm. Hieronder staan de vijf voorwaarden beschreven. Wanneer niet wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden dan wordt de vergunning in principe geweigerd. Bovendien worden de eisen verbonden aan de omgevingsvergunning zodat bij eventuele overtreding de vergunninghouder hierop aangesproken kan worden. Fysieke Leefbaarheid een woonruimte heeft een minimale gebruiksoppervlakte per bewoner zoals beschreven in het op het tijdstip van indiening van de vergunningaanvraag geldende wet- en regelgeving, maar nooit minder dan 24 m² per bewoner en maximaal zes bewoners per woning en maximaal vier bewoners per woning in het geval van nieuwe aanvragen in de bebouwde kom. Ter waarborging van de privacy kan er per kamer één persoon gehuisvest worden of maximaal twee bij partners; het pand en de onzelfstandige woonruimten voldoen aan de bouwtechnische- en brandveiligheidseisen zoals beschreven in het op het tijdstip van indiening van de vergunningaanvraag geldende wet- en regelgeving; de woonruimten voldoen aan de luchtgeluidisolatienormen voor woningscheidende constructies zoals beschreven in het op het tijdstip van indiening van de vergunningaanvraag geldende wet- en regelgeving; het pand verkeert in goede staat van onderhoud en wordt in goede staat van onderhoud gehouden. Er zijn woon- en leefregels voor bewoners opgesteld, actief gecommuniceerd en raadpleegbaar. Er wordt een contactpersoon benoemd als eerste aanspreekpunt voor zowel omwonenden als derden zoals politie, handhaving en het college. De contactpersoon zorgt voor naleving van de woon- en leefregels.

Rechtspraak bij dit artikel