Algemeen
deze verordening wordt verstaan onder:
Subsidie:
de aanspraak op financiële middelen verstrekt met het
oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders
dan als betaling voor geleverde goederen en diensten aan
de subsidieverstrekker.
Structurele subsidie:
bedrag dat wordt toegekend voor een jaarlijks
terugkerende activiteit
Incidentele subsidie:
bedrag dat wordt toegekend voor een éénmalige
activiteit
Subsidieplafond:
het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
beschikbaar is voor de verstrekking van gemeentelijke
subsidies
Cluster:
onderverdeling van subsidies in maatschappelijke
participatie, culturele vorming, sport, jeugdbeleid en
–zorg, ouderenwerk en natuur, recreatie en toerisme en
lokale initiatieven.
Doelreservering:
een begrotingspost bedoeld als reserve om op een later
tijdstip extra middelen voor het na te streven doel te
kunnen gebruiken
Welzijn:
ontplooiing van een burger dan wel groepen burgers voor
zover deze kan worden bevorderd door zorg, vorming,
recreatie, kunst en cultuur.
Prestatie:
de beoogde directe resultaten van een activiteit;
Effect:
de beoogde gevolgen van de resultaten van een
activiteit;
Project:
een in omvang en tijd beperkte activiteit gericht op het
bereiken van een omschreven doel.
Subsidievormen
deze verordening wordt verstaan onder:
Productsubsidie:
een structurele subsidie waarbij de subsidievrager een
bedrag krijgt toegewezen om een tevoren overeengekomen
prestatie te leveren en uitsluitend verantwoording heeft
af te leggen over de omvang en kwaliteit van de
geleverde prestatie.
Waarderingssubsidie:
een incidentele of structurele subsidie voor
activiteiten van een organisatie, waarbij in beginsel
geen verband bestaat tussen de kosten die de organisatie
maakt en de subsidie die zij ontvangt.
Begrotingssubsidie:
een incidentele of structurele subsidie als bijdrage in
de kosten voor het in stand houden van de activiteiten
van de organisatie.