De bepalingen van deze verordening zijn van toepassing op de
subsidiëring door de gemeente op de door de raad aangewezen
terreinen van welzijn.
Het college is bevoegd:
één of meerdere bepalingen van deze verordening in
individuele gevallen niet van toepassing te
verklaren;
naast de bepalingen van deze verordening bijzondere
voorschriften te verbinden aan het verlenen van de
subsidies.