Ontwerp

Het ontwerp met betrekking tot de verkeertekens, moet voldoen aan het gestelde in de “Uitvoeringsvoorschriften BABW betreffende verkeerstekens” en Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Aanvullend hierop moet het ontwerp voldoen aan de volgende eisen:

  • - De verkeersborden zoveel als mogelijk plaatsen op lichtmasten;
  • - De rand van de verkeersborden binnen de bebouwde kom, 1,00 m (minimaal 0,60 m) uit de kant van de weg plaatsen. Rekening houdend, dat in geval van puntvernauwing minimaal 0,90 m vrije doorgang op voetpaden wordt gewaarborgd;
  • - Voor buiten de komgrens geldt een afstand van 1,80 m tussen rand verkeersbord en verharding.
  • - De hoogte van de onderkant van het onderste bord ten opzichte van het wegdek bedraagt minimaal 2,20 m. Op een verkeerseiland of buiten een weg, pad of trottoir mag deze hoogte 1,20 m bedragen;
  • - Maximaal twee borden, niet zijnde onderborden, op één paal of mast bevestigen.

Materiaaleisen

Alle bebording moet zijn vormgegeven volgens het modelnummer, conform het vigerende VNVF Bordenboek. (Vereniging Nederlandse Verkeersborden Fabrikanten).

Voor alle verkeersborden, bebakening, plaatsnaamborden en schrikhekken geldt dat ze moeten voldoen aan de volgende ontwerpeisen:

  • - Leverantie voorzien van kwaliteitskeur Qualisign® (VNVF);
  • - Volgens RVV 1990, NEN-EN 12899-1:2007 nl en NEN 3381:2020 nl;
  • - Folie: 3M, Diamond Grade DG3, volgens CE-normering en voorzien van het CE-merkteken, serie 4000;
  • - Bordmateriaal: aluminium;
  • - Bordmateriaaldikte: 2 mm;
  • - Uitvoering met dubbel omgezette rand of kokerprofiel in frame;
  • - Levensduurgarantie retro-reflectie: 20 jaar door gebruik van laminaatfolie;
  • - Lettertype volgens ANWB-E;
  • - Achterzijde verkeersbord grijs.