Ontgravingen ten bate van verhardingen moeten tot aan de vaste zandlaag plaatsvinden met een maximum van (t.o.v. nieuw maaiveld):
- - Rijwegen inclusief aanliggende voetpaden: 1,00 m;
- - Parkeerplaatsen: 1,00 m;
- - Fietspaden: 0,60 m;
- - Vrij liggende trottoirs: 0,30 m;
- - Ter plaatse van NUTS-tracés: 1,00 m.
De ontgravingsbreedte van rijbanen en fietspaden is gelijk aan de verhardingsbreedte vermeerderd met 0,50 m aan weerszijde. De cunetten moeten worden aangevuld met zand in zandbed.