• - Minimale dekking: 1,20 m;
  • - Minimale diameter: 250 mm;
  • - Minimale vrije ruimte tussen kruisende leidingen: 0,20 m;
  • - Minimale afstand tussen hoofdleidingen: 1,20 m h.o.h.;
  • - Maximale putafstand: 70 m;
  • - Maximale diepte b.o.b.: 4,00 m minus maaiveld;
  • - Ieder begin-, eind en knikpunt voorzien van een inspectieput;
  • - Inspectieput bij voorkeur plaatsen in het hart van een rijbaan en/of rijstrook;
  • - Indien meerdere leidingen in één inspectieput samenkomen, moet de b.o.b. van de leiding(en) met de kleinste afvalwaterstroom minimaal 0,10 m hoger liggen dan de b.o.b. van de hoofdafvoerleidingen.