Het aanleggen en gebruiken van een open bodemenergiesysteem is onder het regime van de Omgevingswet een zogeheten milieubelastende activiteit. Op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is hiervoor een omgevingsvergunning vereist (artikel 3.19). Het Bal is een uitvoeringsbesluit onder de Omgevingswet. Op grond van het Bal gelden een aantal algemene regels (artikel 4.1148 t/m artikel 4.1157a). Dit betekent dat deze regels op rijksniveau niet als voorschriften aan de Omgevingsvergunning hoeven te worden verbonden. De provincie (Gedeputeerde Staten) is op grond van artikel 5.10, eerste lid, onder c van de Omgevingswet juncto artikel 4.6, eerste lid, onder c en tweede lid, van het Omgevingsbesluit het bevoegd gezag voor de verlenen van de omgevingsvergunning open bodemenergiesystemen.
Op grond van het Bal (artikel 2.16) kan in de provinciale omgevingsverordening worden bepaald dat van de hiervoor vermelde vergunningplicht voor open bodemenergiesystemen wordt afgeweken als:
het doelmatig gebruik van bodemenergie of doelmatig waterbeheer dit toelaat, en
het systeem niet meer dan 10 m3/uur onttrekt.
In het geval de provincie deze afwijkingsmogelijkheid toepast in de omgevingsverordening, moet het plaatsen van een open bodemenergiesysteem op grond van het Bal (artikel 4.1149) worden gemeld.
Als bijlage bij de vergunningaanvraag dienen de effecten van het systeem in een effectenstudie te worden gekwantificeerd. De belangrijkste aspecten bij een vergunningaanvraag zijn samengevat in Tabel 3.7.
Tabel 3.7 | Belangrijkste aspecten vergunning open systemen
aspect
toelichting
bevoegd gezag
provincie Noord-Brabant (taken gedelegeerd aan Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)
vergunningplicht
alle open bodemenergiesystemen > 10 m3/uur of > 30 m-mv
doorlooptijd
reguliere procedure (beslistermijn 8 weken) of in bepaalde gevallen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (beslistermijn 6 maanden)
leges/publicatiekosten
De provincie rekent leges voor open bodemenergiesystemen
Het provinciaal beleid voor bodemenergie is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Een aanvraag voor een bodemenergiesysteem moet worden getoetst aan de eisen van een gemeentelijke bodemenergieplan, dit is door de Provincie Noord-Brabant verankerd in artikel 6.14, onder i van de Beleidsregel Omgevingsrecht Noord-Brabant.
Procedure vergunning i.h.k.v. de Omgevingswet
Voor het aanvragen van een vergunning voor een open bodemenergiesysteem geldt in principe de reguliere procedure van de Algemene wet bestuursrecht. Voor deze procedure geldt een beslistermijn van 8 weken. In aantal uitzonderingsgevallen zal de provincie op de aanvraag moeten beslissen met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Afd. 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht). Deze uitzonderingsgevallen betreffen:
als een milieueffectrapportage nodig is;
in aangewezen gevallen (artikel 10.24 Omgevingsbesluit);
op verzoek of met instemming van de aanvrager (de provincie mag niet zelf beslissen om uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren).
Voor de uniforme openbare voorbereidingsprocedure geldt een beslistermijn van 6 maanden. Binnen deze procedure wordt, afwijkend van de reguliere procedure, eerst een ontwerpbesluit ter inzage gelegd, voordat het definitieve besluit tot stand komt.
Milieueffectrapportage (MER)
Voor open bodemenergiesystemen geldt in het kader van de Omgevingswet, in het bijzonder het Omgevingsbesluit, bijlage V, categorie K1 een MER-plicht als er sprake is van een grondwateronttrekking van 10.000.000 m3/jaar of meer.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.1
Open systemen
Onderdeel van Bodemenergieplan Kenniskwartier