Naar hoofdinhoud
De vergoeding die het Consortium ontvangt is gebaseerd op het op de afspraak in de Samenwerkingsovereenkomst Burggraaf Meerkerk gemeente Vijfheerenlanden en Consortium. Uitgangspunt voor de DAEB is dat het, zonder aanvullende financiële afspraken, voor het Consortium niet mogelijk is om de gewenste dienst met een financieel rendabele businesscase uit te voeren en dat het Consortium daarvoor zal worden gecompenseerd. De financiële bijdrage en compensatie worden slechts verleend onder de voorwaarden zoals overeengekomen in de Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Vijfheerenlanden en het Consortium en op grond van de subsidiebeschikking. De compensatie heeft de vorm van de volgende financiële afspraken: De gemeente Vijfheerenlanden compenseert het Consortium door middel van subsidie voor de onrendabele top. De bedoelde subsidie bedraagt € 2.709.453,63. De gemeente Vijfheerenlanden neemt diverse kosten ter voorbereiding op het project voor haar rekening: Onderzoeken ten behoeve van de planvorming tot een maximum bedrag van € 50.000. De gemeente Vijfheerenlanden biedt het Consortium in de eerste twee exploitatiejaren een huurderving regeling, zodat de bijbehorende financiële risico’s voor het Consortium worden beperkt, maar geen sprake is van overcompensatie. Het huurbedrag ligt onder de sociale huurgrens waardoor geen sprake is van overcompensatie. Er wordt een extra bedrag opgenomen in het DAEB-besluit van € 275.945,363 . Dat is 10% van de som van onder 1 tot en met 3 genoemde posten, bestemd voor mogelijke onvoorziene kosten. De gemeente kan besluiten om gebruik te maken van dit bedrag in het geval dat zij van mening is dat dit noodzakelijk is in het belang van het project. De vergoeding die het Consortium ontvangt wordt, voor zover nog niet bekend, berekend aan de hand van de Samenwerkingsovereenkomst overeengekomen tussen het Consortium en het college. De compensatie mag uitsluitend worden aangewend voor de netto kosten, met inbegrip van een redelijke winst, zoals bedoeld in artikel 5 lid 5 e.v. van het Vrijstellingsbesluit DAEB, die rechtstreeks voortvloeien uit de uitvoering van de DAEB. In Artikel VI worden diverse regelingen benoemd ter voorkoming van overcompensatie. Het college controleert elke 2 jaar en bij afsluiting van het project de dienstverlening en de financiële verantwoording.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel