De maximaal beschikbare compensatie bedraagt € 3.035.398,99. Dit is een optelsom van de parameters genoemd in artikel V.
De aanschaf van de tijdelijke woningen c.a. en het plaatsen wordt conform de afspraken in de SOK uitgevoerd met een redelijk rendement dat in verhouding staat tot de risico’s. Het projectrendement wordt daartoe gemaximeerd op 12% o.b.v. de besproken businesscase (zie bijlage Businesscase).
De compensatie mag uitsluitend worden aangewend voor de netto kosten en opbrengsten, met inbegrip van een redelijke winst (projectrendement van maximaal 12%), die rechtstreeks voortvloeien uit de uitvoering van de DAEB. Bij een overschrijding van de 12% wordt het restant terugbetaald tot maximaal het bedrag van de verkregen compensatie.
Er heeft vooraf een onafhankelijke beoordeling plaatsgevonden van de Businesscase van het Consortium door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, waarbij is getoetst op overcompensatie (zie Memo argumentatie Businesscase, bijlage van de Samenwerkingsovereenkomst).
Verder zal het Consortium worden verplicht om een administratie in te richten zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, van het Vrijstellingsbesluit DAEB. Het Consortium administreert de netto kosten en opbrengsten verbonden met de investeringen en DAEB activiteiten op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten en opbrengsten. Het Consortium zal daartoe de jaarrekeningen van de op te richten BV delen. De gemeente of Het college controleert tweejaarlijks en bij afsluiting van het project de dienstverlening en de financiële verantwoording van het Consortium.
Het Consortium zal periodiek een rapportage uitbrengen over de netto kosten en opbrengsten met een frequentie van één keer per twee jaar voor de afloop van het project na 15 jaar.
De tijdelijke woningen worden aangeschaft door het Consortium en de financiële bijdragen en compensatie worden slechts onder voorwaarden, zoals overeengekomen in de SOK, verleend.
De vaststelling van de compensatie is op dusdanige wijze gedaan dat overcompensatie wordt voorkomen. Indien na afloop van de eerste exploitatieduur van 15 jaar blijkt dat de ontvangen financiële bijdrage tot overcompensatie heeft geleid, is het Consortium verplicht alle overcompensatie aan de gemeente terug te betalen. Het college zal het Consortium hiertoe in dat geval uitnodigen middels een terugvorderingsbesluit.
Eerst na akkoord van het college kunnen de DAEB-taken worden uitgevoerd.
De definitieve vaststelling van de compensatie geschiedt op dusdanige wijze dat overcompensatie wordt voorkomen. Indien de kosten hoger zijn dan de ter beschikking gestelde compensatie, dan dienen de meerkosten door het Consortium te worden aangetoond.
Het Consortium voert een boekhoudkundige scheiding van kosten verbonden aan de DAEB- activiteit en kosten en inkomsten verbonden aan haar andere activiteiten. Dit wordt met de gemeente gedeeld in de vorm van jaarrekeningen van het Consortium.
Het Consortium stuurt facturen voor het verkrijgen van de compensatie met een betalingstermijn van 30 dagen (inclusief een door de gemeente te verstrekken ordernummer) naar de gemeente. Facturering en betaling zullen geschieden conform de afspraken in de Samenwerkingsovereenkomst.
Het Consortium bewaart de bewijsmiddelen van de kosten en opbrengsten van de DAEB- activiteiten gedurende de duur van het project en tien jaar na afloop daarvan.
Kosten waarvoor geen bewijsmiddelen kunnen worden verstrekt aan het college komen niet in aanmerking voor compensatie en worden terug gevorderd.
Artikel VI