De immateriële vaste activa (artikel 34, BBV) bestaan uit:
kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio
Aan het aangaan van geldleningen kunnen kosten verbonden zijn. Het (dis)agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. De wetgeving biedt de mogelijkheid om deze kosten gedurende maximaal de looptijd van de lening af te schrijven. Het BBV beveelt echter aan – vooral indien deze kosten gering zijn – deze kosten niet af te schrijven, maar direct als last in de exploitatie te nemen.
Uitgangspunt(en) 1:
De kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
De kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen worden geactiveerd als voldaan wordt aan een aantal voorwaarden (artikel 60, BBV), te weten:
het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Indien aan alle voorwaarden wordt voldaan, kunnen dus deze kosten worden geactiveerd, waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar (artikel 64, lid 5, BBV). Wordt hieraan niet voldaan, dan mogen de kosten niet worden geactiveerd, maar moeten in één keer ten laste van de exploitatie worden gebracht.
Omdat dit soort kosten binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering van Zeewolde beperkt voorkomen, wordt gezien de keuzemogelijkheid geadviseerd deze kosten niet te activeren.
Uitgangspunt(en) 2:
Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden direct ten laste van de exploitatie gebracht en bij
uitzondering – indien geactiveerd – in maximaal 5 jaar afgeschreven.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Bijdragen in activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd (artikel 61, BBV), indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
er is sprake van investering door een derde;
de investering bijdraagt aan de publieke taak;
de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen, en
de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering (bijvoorbeeld door pand- of hypotheekrecht).
Kern is derhalve, dat het bij de bijdrage aan activa in eigendom van derden moet gaan om een investering:
die bijdraagt aan de publieke taak;
waarbij de gemeente de derde partij kan verplichten daadwerkelijk te investeren, en
dat bij in gebreke blijven de gemeente de bijdrage kan terugvorderen of (mede)eigenaar kan worden van de investering. De afschrijvingstermijn voor een dergelijke bijdrage kan gelijkgesteld worden aan de termijn waarop de gemeente een dergelijke investering zelf zou afschrijven.
Uitgangspunt(en) 3:
Bijdragen door de gemeente aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd, indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 61 BBV.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Immateriële vaste activa
Onderdeel van Nota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa 2024