Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Materiële vaste activa

Onderdeel van Nota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa 2024

Materiële vaste activa zijn investeringen met een (meerjarig) economisch nut of investeringen met een maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Alle materiële vaste activa moeten worden geactiveerd. Een uitzondering op deze regel vormen de kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde. Het gaat hier bijvoorbeeld om kunstwerken in eigendom, ongeacht de plek waar de kunstwerken te bezichtigen zijn. Deze investeringen worden niet geactiveerd (artikel 59, lid 2, BBV). De materiële vaste activa kunnen worden onderscheiden in drie groepen (artikel 35, lid 1, BBV), die ook afzonderlijk op de balans moeten worden opgenomen: investeringen met een economisch nut; investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. In het kader van uniformiteit, transparantie en vergelijkbaarheid is het zogenaamde netto activeren verplicht gesteld (artikel 62, lid 2 BBV). Dit houdt in, dat bijdragen van derden die in een directe relatie staan met het actief in aftrek moeten worden gebracht op de investering. Het verrekenen van bijdragen uit reserves is niet toegestaan. Wel is het mogelijk om vanuit de reserves een specifieke bestemmingsreserve te vormen, die wordt ingezet om de afschrijvingslasten (en de eventueel toe te rekenen rente) te dekken. Deze methode wordt binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering toegepast. Investeringen met een economisch nut Dit zijn investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn investeringen in gebouwen, vervoermiddelen, installaties of automatisering. Maar ook investeringen op het terrein van afvalinzameling en –verwerking en riolering behoren tot deze groep. Deze laatste zijn investeringen die vallen in de categorie “investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven”. De gemeente kan er overigens bij deze laatste categorie zelf voor kiezen om ergens geen of geen kostendekkend tarief te rekenen, maar die keuze is niet van invloed op de vraag of het actief economisch nut heeft en moet worden geactiveerd. Eenzelfde redenering geldt voor de verhandelbaarheid. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Dit betreft investeringen in de openbare ruimte, zoals wegen, bruggen en overige civiele kunstwerken, en openbaar groen. Deze investeringen genereren geen middelen en er is geen markt voor. Activeren en vervolgens daarop afschrijven is een plicht (artikel 59, lid 1 BBV).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel