Ook de financiële vaste activa moeten zichtbaar worden gemaakt op de balans (artikel 36, BBV). Hieronder vallen:
kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
leningen aan openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet financiering decentrale overheden (FIDO), woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
overige langlopende leningen;
uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Deze activa vertegenwoordigen een financiële waarde of een bezit (aandelenkapitaal). Financiële vaste activa moeten altijd worden geactiveerd, maar worden – gezien hun aard – niet afgeschreven. Wel kan de waarde wijzigen doordat, bijvoorbeeld op de leningen, wordt afgelost.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Financiële vaste activa
Onderdeel van Nota Waarderen, Activeren en Afschrijven van Vaste Activa 2024