1. De woningstichting wordt geïnformeerd als aan de aanvrager een urgentie wordt verleend. Het college verstrekt op of bij de urgentieverklaring de volgende informatie:
de urgentie zoals bedoeld in de artikelen 8, 9, 10;
het woonprofiel, indien van toepassing;
het belastbare jaarinkomen en het vermogen van de woningzoekende;
het aantal personen waaruit het huishouden van de woningzoekende bestaat;
eventuele bijzondere omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de woningtoewijzing.
2. De urgentieverlening mag het toewijzingsbeleid van de gemeente en/of de woningstichting niet doorkruisen.