Bij de behandeling van de aanvraag moet vastgesteld worden dat:

a. de aanvrager niet in staat kan worden geacht om zelf binnen zes maanden in woonruimte te voorzien en;

b. de woonproblemen aantoonbare gevolgen hebben voor het functioneren van de aanvrager en dat de toewijzing van een andere woning een substantiële bijdrage levert aan de oplossing van de woonproblemen en;

c. de aanvrager kan aantonen dat een maximale eigen inspanning is geleverd om zelf een passende woning te vinden.