Onverminderd artikel 26, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op:
a. tien procent van de bijstandsuitkering gedurende twee maanden bij gedragingen van de eerste categorie;
b. twintig procent van de bijstandsuitkering gedurende twee maanden bij gedragingen van de tweede categorie;
c. veertig procent van de bijstandsuitkering gedurende twee maanden bij gedragingen van de derde categorie;
d. honderd procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.