Onverminderd artikel 26, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld
op:
a. tien procent van de bijstandsuitkering gedurende twee maanden bij
gedragingen van de eerste categorie;
b. twintig procent van de bijstandsuitkering gedurende twee maanden
bij gedragingen van de tweede categorie;
c. veertig procent van de bijstandsuitkering gedurende twee maanden
bij gedragingen van de derde categorie;
d. honderd procent van de bijstandsuitkering gedurende een maand bij
gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 35
De hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Verordening Wet werk en bijstand