1. Indien een uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel 1 tweede
lid onder d en artikel 2 eerste lid , die deelneemt aan een
voorziening, niet voldoet aan het gestelde in 9 eerste lid van de
wet en artikel 7, kan het college de uitkering verlagen conform
hetgeen hierover is bepaald in hoofdstuk 3 van deze
verordening.
2. Indien de belanghebbende, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde
als bedoeld in artikel 1 tweede lid onder d en artikel 2 eerste lid
, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het
gestelde in artikel 9 van de wet en artikel 7, kan het college de
kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk
terugvorderen.