In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt
verstaan onder:
a. cultuurhistorische waarden: objecten of structuren van
historisch-bouwkundige, archeologische en/of historisch-geografische
waarden en/of landschapshistorische (geomorfologische) elementen,
zoals deze zijn opgenomen in de gemeentelijke lijst van beschermde
objecten of structuren;
b. duurzame instandhouding of ontwikkeling van cultuurhistorische
waarden: een beschermings- of ontwikkelingsaanpak, die erop is
gericht het verval van cultuurhistorische objecten of structuren
tegen te gaan en zo mogelijk schade te herstellen; hieronder vallen
de maatregelen op het gebied van onderhoud, restauratie,
inrichting;
c. haalbaarheidsonderzoek: onderzoek naar de haalbaarheid van een
investering die gericht is op de duurzame instandhouding van de
cultuurhistorische waarden;
d. college: het college van burgemeester en wethouders.