1. Het college is bevoegd tot verstrekking van subsidie als bedoeld
in deze verordening.
2. Het college hanteert bij het bepalen van de wijze waarop de
werkzaamheden worden uitgevoerd de “Uitvoeringsvoorschriften ten
behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden”
zoals deze door Gedeputeerde Staten van Gelderland bekend zijn
gemaakt.
3. Het college hanteert bij het bepalen van de subsidiabele kosten
de ”Lijst subsidiabele kosten en werkzaamheden ten behoeve van de
berekening van de subsidiabele instandhoudingskosten” zoals deze
door Gedeputeerde Staten van Gelderland bekend zijn gemaakt.
4. Het college is bevoegd in aanvulling/afwijking van de in lid 2 en
3 genoemde regelingen nadere regels vast te stellen.
5. Op subsidieverstrekking voor archeologische projecten is de
geldende kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) van
toepassing.