In deze verordening wordt verstaan onder:
het in (bouw)exploitatie brengen van grond:
het geschikt of beter geschikt maken van grond
tot bouwgrond;
het geschikt of beter geschikt maken van
bouwgrond;
en het geschikt of beter geschikt maken van
reeds bebouwde grond voor nieuwe of verdere of
aanvullende bebouwing in het kader van
herontwikkeling, herinrichting,
bestemmingswijziging of reconstructie, zulks in de
vorm van :
het feitelijk uitvoeren van werken en
werkzaamheden, en onverlet latend de toepassing
van overige wet- en regelgeving krachtens welke
voorschriften zijn of worden gesteld voor de
uitvoering van bedoelde werken en werkzaamheden;
alsmede
het medewerking geven aan de voorbereiding en
uitvoering van planologische procedures waaronder
mede begrepen bestemmingsplanprocedures en
vrijstellingsprocedures, en aan bouw- en
milieuvergunningsprocedures ten behoeve van de op
de (bouw)grond op te richten bebouwing.
bouwgrond: grond waarop overeenkomstig de voorschriften
van de Woningwet en/of de Wet op de Ruimtelijke Ordening mag worden
gebouwd dan wel andere werken en werkzaamheden - niet
zijnde voorzieningen voor doeleinden van algemeen nut -
mogen worden uitgevoerd. Met bouwgrond wordt gelijk
gesteld grond waarop niet hoofdzakelijk bebouwing
vereisende, met de stads- en dorpsvernieuwing
samenhangende bestemmingen kunnen worden
verwezenlijkt;
exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied,
waarvoor de medewerking van de gemeente aan het in
bouwexploitatie brengen van de daarbinnen gelegen
gronden op een der in artikel 2 bedoelde wijzen
noodzakelijk, wenselijk of nuttig wordt geacht;
exploitatieovereenkomst: de overeenkomst, waarin de
gemeente met een exploitant de voorwaarden overeenkomt
waaronder de gemeente medewerking verleent aan het in
bouwexploitatie brengen van de in de overeenkomst
genoemde grond;
exploitant: huidig of toekomstig eigenaar, erfpachter
van of rechthebbende op een in het exploitatiegebied
gelegen onroerende zaak en aan wie de gemeente
medewerking verleent voor het in bouwexploitatie brengen
van grond.
Burgemeester en wethouders kunnen gebieden aanwijzen als
exploitatiegebied in de zin van het eerste lid onder c van dit
artikel. De aanwijzing van het exploitatiegebied omvat tevens de
vaststelling van een bijbehorende en daarvan onderdeel
uitmakende exploitatieopzet als bedoeld in artikel 9.
Alvorens tot aanwijzing over te gaan kan het betrokken
bestuursorgaan bepalen dat de openbare voorbereidingsprocedure
van Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gevolgd.
Het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het tweede lid treedt in
werking op het tijdstip van bekendmaking op de wijze als
voorzien in Afdeling 3.6 van de Algemene wet bestuursrecht.
Tenzij burgemeester en wethouders uitdrukkelijk of blijkens hun
handelen anders bepalen of beslissen, is de
exploitatieverordening niet van toepassing op een
grondtransactie in de vorm van eigendomsoverdracht tussen de
gemeente en de exploitant, zelfs niet indien in de
desbetreffende overeenkomst de medewerking als bedoeld in
artikel 2 is begrepen, daarvan onderdeel uitmaakt of daarmee
verband houdt.