Het college is bevoegd een aanvraag voor een maatwerkvoorziening te weigeren indien de inwoner een indicatie heeft voor de Wet langdurige zorg (Wlz) of daarvoor in aanmerking kan komen, maar geen medewerking wenst te verlenen (art. 2.3.5, zesde lid, van de wet). Een hogere bijdrage op basis van de Wlz vormt geen reden om geen aanvraag volgens de Wlz in te dienen.

Er geldt één uitzondering op het kunnen weigeren van een aanvraag: voor een inwoner die thuis woont en een aanvraag doet voor een hulpmiddel of woningaanpassing (art. 8.6a onder a van de wet). Voor hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding of (acute) respijtopvang geldt geen uitzondering. Dit betekent dat het college bij de melding van de hulpvraag altijd onderzoekt of de inwoner een Wlz-indicatie heeft of daarvoor in aanmerking kan komen.