Bij het sociaal netwerk gaat het om personen uit de huiselijke kring (art. 1.1.1, eerste lid, van de wet). Daaronder kunnen een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot, geregistreerd partner of andere personen vallen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt. Het is in principe aan inwoner om zijn sociale netwerk te vragen of zij hem kunnen en willen ondersteunen zodat zijn beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie worden verminderd of weggenomen.