De Verordening bepaalt hoe de hoogte van het pgb voor de verschillende soorten maatwerkvoorzieningen wordt vastgesteld (art. 14 en 15 van de Verordening).

Diensten

Voor diensten gelden gedifferentieerde percentages van de natura-tarieven. Die zijn afhankelijk van de derde aan wie de budgethouder het pgb wil besteden. De gedifferentieerde pgb-tarieven zijn opgenomen in het Besluit. Het kan gaan om ondersteuners die:

  • - niet als professional worden aangemerkt of tot het sociaal netwerk van de inwoner behoren;
  • - als professional worden aangemerkt; in dienst van een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam zijn.

Voor bloed- of aanverwanten in eerste of tweede graad die tot het sociaal netwerk van de inwoner behoren is altijd het lage tarief van toepassing (CRVB:2021:2489).

Hulpmiddelen

De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het natura-bedrag inclusief eventuele onderhouds- en verzekeringskosten (art. 15, eerste lid onder a, van de Verordening). Het kan voorkomen dat het aangewezen hulpmiddel niet in het assortiment zit. In dat geval wordt het pgb vastgesteld op basis van een goedgekeurde offerte. Het kan ook om meerdere offertes gaan zodat het college de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening kan vaststellen.