Uitgezonderd van de verplichting tot schatkistbankieren zijn de volgende middelen:
middelen voor zover deze, gerekend over een kwartaal gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan;
middelen op een zogenaamde G-rekening, bedoeld in artikel 1, onder k, van de Uitvoeringsregeling Inleners-, keten- en opdrachtsgeversaansprakelijkheid 2004, en
middelen van derden;
Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van een percentage van het begrotingstotaal;
Het drempelbedrag wordt jaarlijks in de financieringsparagraaf van de begroting opgenomen;
Bij de jaarrekening wordt over de benutting van het drempelbedrag per kwartaal gerapporteerd;
Voor de uitgezonderde middelen gelden de reguliere regels rondom uitzettingen.